Wat is finoegristiek?

Stichting Finoegristiek 

in liquidatie

WAT IS

FINOEGRISTIEK?

De Finoegrische talen zijn een familie van talen die vooral in het noordoosten van Europa worden gesproken. De grootste leden van deze familie zijn het Hongaars, het Fins en het Estisch, de enige talen die de status van nationale taal hebben bereikt. Sommige andere Finoegrische talen hebben een officiële status als minderheidstaal. De tak van de taalkunde die zich bezighoudt met het bestuderen van de Finoegrische talen en hun geschiedenis heet de finoegristiek. In ruimere zin vallen onder deze term ook de literaturen en culturen van de sprekers van deze talen.

Het woord ‘familie’ hierboven geeft het al aan: de Finoegrische talen zijn verwant. Ze komen voort uit een gemeenschappelijke voorouder, maar deze gereconstrueerde oertaal werd duizenden jaren geleden gesproken en in de tussentijd zijn de dochtertalen ver uit elkaar gedreven, niet alleen taalkundig, maar ook geografisch.

 

De term Finoegrisch is een samentrekking van Finno-Oegrisch, wat aangeeft dat de familie traditioneel in twee groepen wordt onderverdeeld: een Finse (of: Fins-Permische) en een Oegrische. Tot de Fins-Permische groep behoren het Oostzee-Fins (inclusief het Fins en het Estisch), het Samisch (ook bekend als Laps), het Mordwiens, het Mari en de beide Permische talen, het Oedmoerts en het Komi. De Oegrische groep wordt gevormd door het Hongaars en de beide Ob-Oegrische talen, het Chanti en het Mansi. Voor de meeste genoemde ‘talen’ geldt dat ze, net als het Oostzee-Fins, in feite uit meerdere talen bestaan, waarvan de sprekers elkaar soms niet eens kunnen verstaan. Laat staan dat een Fin en een Hongaar dat onderling zouden kunnen!

 

Wel hebben de Finoegrische talen kenmerken die over de volle breedte van de taalfamilie terug te vinden zijn. Zo behoren ze tot het type van de agglutinerende talen (talen waarin grammaticale relaties worden uitgedrukt door achtervoegsels), waardoor veel Finoegrische talen over een uitgebreid naamvalssysteem beschikken en in plaats van bezittelijke voornaamwoorden persoonsuitgangen gebruiken. De Finoegrische talen maken geen onderscheid tussen mannelijk, vrouwelijk en onzijdig (ook niet bij het persoonlijk voornaamwoord) en gebruiken enkelvoud na een telwoord. Veel Finoegrische talen hebben een vorm van klinkerharmonie en een ontkenningswerkwoord. Het Hongaars is de enige Finoegrische taal die lidwoorden heeft ontwikkeld. De klemtoon ligt in de meeste Finoegrische talen op de eerste lettergreep.

 

Gemeenschappelijk is ook een gedeelte van hun woordenschat: het aantal woorden dat afkomstig is uit de Finoegrische oertaal is niet zo groot (ongeveer 200), maar het gaat daarbij wel om de meest voorkomende woorden: persoonlijke voornaamwoorden, telwoorden, woorden voor lichaamsdelen (oog, hart, hoofd) en natuurverschijnselen (water, steen, vuur, boom) en primaire werkwoorden (woorden voor 'gaan', 'leven', 'eten', 'drinken', 'weten' enzovoort). 

 

De Finoegrische talen hebben in de loop van de tijd invloeden van niet-Finoegrische talen ondergaan, die doorwerkt in hun woordenschat, hun grammatica en hun uitspraak. De meeste Finoegrische talen staan al eeuwenlang onder sterke invloed van het Russisch. De grote drie (Fins, Estisch en in mindere mate het Hongaars) hebben veel invloed van Germaanse talen ondergaan. Ook de Turkse talen hebben hun sporen in veel Finoegrische talen nagelaten.

 

Samen met de Samojeedse talen vormen de Finoegrische talen de Oeraalse talen, genoemd naar de Oeral, omdat de Oeraalse oertaal in de buurt van dit gebergte moet zijn gesproken. Voor degenen die van mening zijn dat het Samojeeds niet vóór de andere talen van de rest is afgesplist, zijn Finoegrisch en Oeraals synoniem.

 

Veel Finoegrische (of Oeraalse) talen en dialecten worden in hun voortbestaan bedreigd of zijn inmiddels uitgestorven. Bijna allemaal hebben ze nog maar een korte geschiedenis als geschreven taal. Sommige Finoegrische talen zijn spoorloos verdwenen, andere zijn sinds de 19de eeuw systematisch gedocumenteerd, en allemaal zijn ze relatief goed onderzocht, ook aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar de Finoegristiek tussen 1966 en 2013 als vakgebied aanwezig is geweest (vanaf 1973 als hoofdvak) .

 

© Stichting Finoegristiek. Alle rechten voorbehouden.